Gebruik het schema om het volgende te identificeren: de poorten van het daughterboard (bovenste helft van het schema). Zijn de flatkabels origineel, zoek dan de stickers op waarmee elke kabel is gelabeld. Vergelijk de stickerlabels van de kabels met het overzicht links in het schema.
De twee printkoppen in de wagen (schema's van de printkoppen).
Bepaal aan de hand van het overzicht welke kabels op de bovenste poort van de printkop worden aangesloten. Bepaal aan de hand van het overzicht welke kabels op de onderste poort van de printkop worden aangesloten. Zorg dat de flatkabels correct zijn georiënteerd: de zijden met blauwe tape moeten naar elkaar toe wijzen. Bij het insteken in de poort van het daughterboard: de blauwe tape moet zich aan de zijde bevinden die in het schema is aangegeven.
De contactpunten (tanden) moeten naar de zijde wijzen die in het schema is aangegeven.
Controleer de contactpunten van de flatkabel vóór de installatie. Gebruik geen kabels met verbogen, opgelichte of beschadigde contactpunten. Houd er rekening mee dat beschadigde contactpunten problemen met de printer kunnen veroorzaken.
R2 Pro: flatkabels op het daughterboard installeren
Plaats de flatkabel eerst tegen de poort. Druk de flatkabel recht naar beneden in de poort. Oefen stevige, voorzichtige druk uit om beschadiging van de flatkabel te voorkomen.
Gebruik het L Series-schema als referentie voor de juiste plaatsing van de kabels. Identificeer de printkopgedeelten in het schema: de bovenste helft verwijst naar de kleurprintkop. Identificeer de adapters van het daughterboard: de linkeradapter is voor de kleurprintkop. Zijn de flatkabels origineel, gebruik dan de stickers op de kabels om elke kabel te identificeren. Vergelijk de stickerlabels met het overzicht links in het schema.
De onderste helft verwijst naar de witte printkop. De rechteradapter is voor de witte printkop.
Bepaal aan de hand van het overzicht welke kabels op de bovenste poort van de printkop worden aangesloten. Bepaal aan de hand van het overzicht welke kabels op de onderste poort van de printkop worden aangesloten. Zorg dat de flatkabels correct zijn georiënteerd: de zijden met blauwe tape moeten naar elkaar toe wijzen. Bij het insteken in de poort van het daughterboard: de blauwe tape moet zich aan de zijde bevinden die in het schema is aangegeven.
De contactpunten (tanden) moeten naar de zijde wijzen die in het schema is aangegeven.
Controleer de contactpunten van de flatkabel vóór de installatie. Gebruik geen kabels met verbogen, opgelichte of beschadigde contactpunten. Plaats elke flatkabel eerst op positie. Steek de flatkabel in de poort door gelijkmatige druk uit te oefenen over de volledige kabel. Controleer of de kabel correct is geplaatst: bij een juiste installatie moeten de uiteinden van de contactpunten nauwelijks zichtbaar zijn.